Nieuws: Ministeries verzwijgen nog altijd gevoelige contacten met de tabaksindustrie

Het speciaal ingerichte transparantieregister is onvolledig, rommelig en vatbaar voor manipulatie

De rijksoverheid heeft beloofd open te zijn over haar contacten met de tabaksindustrie. ‘Ter bescherming van het Nederlandse gezondheidsbeleid tegen commerciële belangen van de tabaksindustrie.’ Maar uit documenten in handen van de Onderzoeksredactie Tabak blijkt dat ambtenaren nog altijd veel contacten, onder andere over het accijnsbeleid, verzwijgen.

Door: Krijn Schramade

“Deze gevoeligheid wil ik graag onder jullie aandacht brengen…” Het is maart 2016. Een douanemedewerker van de afdeling Handhaving Cluster Accijns mailt zijn collega’s die zich hebben aangemeld voor een informatiedag, waar ook de tabaksindustrie aanwezig zal zijn. “Er komen maandag een aantal mensen van de tabaksindustrie. Voor alle duidelijkheid… met hen spreken we maandag alleen over bestrijding tabakssmokkel… Onderwerpen als accijnsverhoging, accijnstarieven, nieuwe accijnszegels moeten worden gemeden.”

De douanemedewerker legt uit dat artikel 5.3 van het FCTC-verdrag, een door Nederland ondertekend verdrag van de WHO voorschrijft “dat we de contacten met de industrie (= tabaksindustrie, red) moeten beperken tot het hoogst nodige”. Daarnaast hebben de ministeries van Financiën en VWS “besloten dat van bijeenkomsten, overleggen en vergaderingen de verslagen openbaar moeten worden gemaakt.”

Ondanks deze interne waarschuwing ging de douane – onderdeel van het Ministerie van Financiën – sindsdien toch structureel de fout in, zo blijkt uit interne correspondentie die de Onderzoeksredactie Tabak in handen kreeg. Tijdens de informatiedag en alle zeven daaropvolgende contactmomenten kwamen wel degelijk de onderwerpen aan de orde waar de tabaksindustrie graag invloed op uitoefent, en die de overheid daarom zou moeten ‘mijden’. Ook werden er, tegen de voorschriften in, geen verslagen van bijeenkomsten openbaar gemaakt.

De voorvallen bij de douane staan niet op zich. Met een beroep op de wet openbaarheid van bestuur (wob) vroeg de Onderzoeksredactie Tabak alle correspondentie tussen vier ministeries en de tabaksindustrie op. Ze legde deze correspondentie naast het door VWS en Financiën ingerichte transparantieregister, waar deze twee en het ministerie van Infrastructuur & Waterstaat per maart 2016 contacten met de tabaksindustrie openbaar maken. Gespreksverslagen, e-mails, brieven, al deze contacten zouden daar te vinden moeten zijn. Dat blijkt verre het geval. Het ministerie van EZ doet niet mee aan het register, maar zou zijn contacten met de tabaksindustrie op de eigen website openbaar moeten maken. Dat doet het niet. Ruim een derde van de contacten tussen de vier ministeries en de tabaksindustrie is niet geopenbaard. Van de 114 contactmomenten ontbreken er 39. Eerder onthulde Onderzoeksredactie Tabak dat ook Nederlandse gemeenten hun contacten met de tabaksindustrie verzwijgen.

Contactmomenten met tabaksindustrie Niet  openbaar

Aantal

Deel van totaal contacten
Financiën 70 25 36%
VWS 30 3 10%
EZ 3 3 100%
I&W 7 4 57%
Totaal 110 35 32%

Analyse van het transparantieregister leert dat ministeries niet alleen contacten verzwijgen, maar dat ook de opzet van het register niet helder is. Omdat een derde van de stukken pas na een half jaar of langer openbaar wordt gemaakt, is de lijst een verre van actueel. Alles staat door elkaar, zonder enige logica of chronologie. Het register is niet alleen een rommeltje, maar blijkt ook vatbaar voor manipulatie. 13 documenten hebben een publicatiedatum gekregen, die ligt (ver) voordat de beschreven contacten überhaupt hebben plaats gevonden. Financiën was verantwoordelijk voor deze registraties en is gevraagd om een reactie, maar in haar antwoord gaat de woordvoerder niet in op deze kwestie.

Juist gevoelige contacten worden verzwegen

Opvallend is dat juist wanneer de contacten met de tabaksindustrie over gevoelige onderwerpen gaan, de overheid het minst transparant is. Dat blijkt uit verschillende incidenten die niet gemeld zijn via het transparantieregister, maar wel boven water zijn gekomen met een beroep op de wob. Ruim een derde van de contacten tussen de ministeries en de tabaksindustrie is niet geopenbaard in het transparantieregister. Deze gaan allemaal over onderwerpen waar de tabaksindustrie graag over meepraat, maar waar de overheid eigenlijk niet over in gesprek mag gaan. Bijvoorbeeld omdat beleidsvorming nog loopt, zoals over het Track-Trace systeem van tabaksproducten, accijnsverhoging en de zogenoemde displayban.

In de eerste helft van 2017 sprak VWS bijvoorbeeld met brancheverenigingen over de displayban. Dit uitstalverbod is voor de overheid een belangrijke maatregel in het antirookbeleid, maar voor de verenigde tabaksverkooppunten een doorn in het oog. In een brief somt de toenmalig minister van EZ Henk Kamp drie gesprekken op, die zijn collega’s van het ministerie van VWS in de eerste helft van 2017 met brancheverenigingen van tabaksverkooppunten hebben gehad. Dat blijkt ook uit een brief die de Belangenvereniging Tankstations op 7 april 2017 aan minister Kamp van Economische Zaken stuurde en waarin melding werd gemaakt van de ontmoeting met de ambtenaren: ‘Tijdens dit gesprek hebben wij onze zienswijze kunnen geven en is vanuit VWS een uitleg gegeven omtrent het wetgevingsproces rondom het invoeren van een displayban.’

VWS heeft deze contacten niet geopenbaard, noch in het transparantieregister, noch via de wob aan Onderzoeksredactie Tabak. Waarom VWS de stukken niet heeft geopenbaard via de WOB blijft onduidelijk, maar desgevraagd belooft VWS de stukken in het register te plaatsen. Het ministerie ‘werkt momenteel een kleine achterstand weg’.

Vooral Financiën gaat over de schreef

Ondanks het verzwijgen van contacten, doet VWS het – voor zover na te gaan – een stuk minder slecht dan de collega’s van het Ministerie van Financiën. In haar eigen protocol schrijft Financiën nog wel dat “besloten is transparantie en zakelijkheid centraal te stellen”, waar “een ingetogen communicatiestijl met de tabaksindustrie onderdeel van uit maakt.” Naar eigen zeggen overlegt Financiën nog maar één keer per jaar met de tabaksindustrie, maar uit het transparantieregister en de correspondentie verkregen met een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur blijkt dat dat veel vaker gebeurt: 70 contactmomenten in nog geen anderhalf jaar.

Een aanzienlijk deel van deze contacten wordt  aan het zicht onttrokken. Het ministerie heeft ruim een derde ervan niet openbaar gemaakt in het transparantieregister, zo blijkt uit analyse van de Onderzoeksredactie Tabak. Daar komt bij dat deze verzwegen contacten waarschijnlijk allemaal in strijd zijn met de eigen richtlijnen. Er werd veelvuldig gesproken over zaken gerelateerd aan accijns, die volgens de eerder aangehaalde douanemedewerker “moeten worden vermeden”. Bovendien blijkt uit de interne communicatie dat er in gesprekken met de douane geregeld een manager Corporate Affairs & Communications van Japan Tobacco International (JTI) aanwezig is.

Voor de 25 ontbrekende documenten verwijst de woordvoerder van Financiën naar de douane, die ‘heeft een aantal documenten van na september 2015 nog actief openbaar te maken’.  “Dit zal zo spoedig mogelijk gebeuren.”

Lobbyen door de tabaksindustrie is niet expliciet verboden, maar de overheid moet wel de deur dichthouden voor de tabakslobby. Dit strenge beleid is werk in uitvoering, zo blijkt uit de interne correspondentie. Voor de tabakslobby blijkt het een kwestie van aanpassen. Deze heeft andere routes gevonden – meer ondergronds – maar wel te traceren. De Onderzoeksredactie Tabak heeft hier duidelijke aanwijzingen voor, die in een vervolgartikel uiteen worden gezet.

Met medewerking van Caspar Bovenlander, Jesse Kloosterhuis, Rosa Koenen en Caroline Spilt.

*** Een uitgebreidere versie is te lezen bij Vrij Nederland. ***

Nadere informatie:
Krijn Schramade, schramade@onderzoeksredactietabak.nl
+31 205727834 en +31 6 39780374

Marcel Metze (hoofdredacteur), metze@onderzoeksredactietabak.nl
+31 24 6632328 en +31 6 54674124

Kader: voorgeschiedenis
In 2005 ondertekende Nederland het Kaderverdrag van de WHO, het zogenaamde Framework Convention on Tobacco Control. Dit FCTC-verdrag schrijft voor: terughoudend en transparant in de contacten, met als doel het gezondheidsbeleid beschermen tegen de commerciële belangen van de tabaksindustrie. Tabakslobby is niet verboden, maar de overheid mag de tabaksindustrie geen gelegenheid bieden om te lobbyen. Vrij Nederland had in 2013 al met een beroep op de wob getoond dat ministeries in overtreding waren door de tabakslobby invloed te laten uitoefenen, maar dat feitenmateriaal had blijkbaar geen indruk gemaakt. Er moest een rechtszaak van de Stichting Rookpreventie Jeugd (SRJ) voor aan te pas komen om de overheid in beweging te krijgen. De ministeries van VWS en Financiën gingen aan de slag, met als resultaat een protocol over de omgang met de tabaksindustrie en het transparantieregister.

Similar Posts: